Een open brief

Beste medemens,

Ik ben verdwaald geweest. Verloren in een wereld die ik niet begreep. Op zoek naar een plek die ik thuis kon noemen. Gebukt onder de stress van normaal doen. 

Tot ik mezelf onder ogen kwam. Ik liep door een deur en vond een nieuwe wereld. Een nieuwe wereld die vrij snel op de oude ging lijken. En ik verdwaalde opnieuw.

Tot ik mezelf doorzag en één klap van alles bevrijd werd.
Alles vanaf nu zou anders worden.

Alles werd anders. Alleen niet zoals ik bedacht had.

Dingen verlopen nooit volgens plan. Tenzij ze verlopen volgens plan. 

Soms bedenken wij een plan. Soms bedenkt iemand anders het voor ons. Soms weten we wie het plan bedacht heeft. Soms hebben we geen idee.

Ik kan niet meer zo goed leven volgens plan.

Volgens mij ben ik net als jij iemand die het af en toe niet weet. Ik weet het heel vaak niet. Hoeveel ik niet weet weet ik niet. Ik weet wat ik weet. Maar dat weet ik niet zeker.

Dus ga ik op gevoel.

 

Mijn hoofd zegt dat ik onzin uitkraam. Mijn hoofd zegt dat het 's avonds laat is en ik in bed hoor te liggen. Mijn hoofd zegt dat niemand dit gaat lezen. Mijn hoofd zegt dat ik grappig probeer te zijn en ik vies tegenval. 

Misschien heeft mijn hoofd een punt. Maar ik laat me liever leiden door gevoel. Punthoofd of niet.

 

Beste medemens, ik schrijf je omdat ik graag iets met je wil delen. Schrijven helpt me en delen geeft me plezier. En wat mij sterkt, inspireert en vrijer maakt kan jou misschien ook iets geven. 

Ik schrijf je ook met een gevoel van urgentie. Want we zijn er nogal aan toe. En we kunnen niet zo makkelijk meer om de uitnodiging heen.

Toen ik aan mezelf toegaf dat ik niet meer wist wat geld voor mij betekende en ik benieuwd werd, kon ik oprechter kijken. Ik begon te zien hoe mijn verlangen naar écht leven botste met onbewuste overtuigingen. Overtuigingen die met mij en met de hele wereld een heel gek spelletje spelen.

We leven op een aarde die makkelijk zeven miljard mensen kan dragen en dat niet kan. We komen om in voedsel en hebben steevast honger. We breken stukken natuur af en planten bomen ter compensatie. We willen straks vis eten en trekken nu de zeeën leeg. We willen meer energie verbruiken en minder CO₂ uitstoten. We voeren oorlog om vrede te stichten. We boeken winst voor onze aandeelhouders en verlies voor onze kinderen. Om ons leven te beschermen maken we stukje bij beetje kapot wat ons in leven houdt.

En de rek is er uit.
We hebben lang gespeeld en we zijn moe.
Maar we gaan nog even door.

Met man en macht duwen we economieën weer op de rit, scheppen we banen, gaan we armoede te lijf en bestrijden we geweld. We vallen problemen aan met dezelfde dingen die onze problemen veroorzaken. We vinken opdrachten af die we blijven creëren: weer een economie die in elkaar zakt, weer mensen zonder werk, weer een groter gat tussen arm en rijk, weer geweld.

Zo in het groot, zo ook in het klein. 

Zelfs als we alles mee lijken te hebben - een hoge opleiding, goede baan, sociale status - zijn we vooral ongelukkig. Bekennen voelt als een zwaktebod, een luxeprobleem. De wereld ligt aan onze voeten en als we niet meekomen ligt dat aan ons. Want we hebben alle kansen. Alle kansen om te presteren, meestal ten koste van anderen en vroeg of laat ten koste van onszelf. Seeds jonger branden we op, in ieder geval voor ons dertigste en soms terwijl we nog op school zitten.

We eten, werken en slapen in een opgelegd ritme en een lineair groeipatroon. Soms bepalen diploma's, gewerkte uren en gemaakte winst wat we verdienen. Meestal zit er geen logica achter. De waarde die we werkelijk creëren en de liefde en het plezier waarmee we dat doen zijn in ieder geval weinig belangrijk. Wat telt is onze bijdrage aan het Bruto Nationaal Product. Een som geld die we vooral besteden aan spullen en diensten die ons niet vervullen en wel opvullen.

Misschien herken je niet wat ik schrijf. Wat ik schrijf geldt misschien ook niet voor jou. En toch wel. Want de wereld bestaat niet uit losse, afgeschermde delen. Wat anderen aangaat, gaat ook ons aan. Wat we anderen aandoen, doen we ook onszelf aan.

Ergens in ons leeft een verlangen. Ergens rebelleert onze ziel tegen een wereld die ons opdringt hoe we moeten leven. En opstand vindt altijd een weg. Als niet naar buiten dan wel naar binnen. Wij zitten dieper in de schulden en zwaarder aan de medicijnen en de drugs, we kopen meer, eten ongezonder en stellen ons bloot aan grotere doses media, nieuws en vertier dan alle mensen die ons voorgingen.

Je hoeft niet van een andere planeet te komen om dit alles heel raar te vinden. Maar we kunnen niet altijd zien waar we middenin zitten, zeker als we niet ergens vertragen en stil gaan staan.

Stilstaan en de vraag stellen "Waarom?" voert ons vroeg of laat, in het groot en in het klein, langs hetzelfde antwoord.

Geld is een prachtig idee. Het faciliteert uitwisseling, versterkt talent en moedigt aan tot creativiteit. Geld geeft blijk van dankbaarheid en is zelfs een uitdrukking van liefde. Maar ergens hebben we van dit prachtige idee een God gemaakt. Een verhaal dat we zo zijn gaan geloven dat het ons is gaan leiden.

Geld verdeelt en heerst. Het komt asymmetrisch de wereld in, stroomt vooral naar mensen die er meer van kunnen maken, hoopt op bij mensen die er veel van hebben en trekt arm en rijk uit elkaar.

Geld stuurt en bepaalt. Mét geld lijken we bijna alles te kunnen, zónder bijna niets. Geld maakt ons bang, onderdrukt onze verlangens en schept afstand, meestal zonder dat we het doorhebben.

Geld zaait verwarring. En de verwarring is ons steeds duidelijker. Waar we nog meebewegen geloven we niet meer. Waar we nog rennen, haasten en vechten voor ons bestaan snappen we steeds minder voor wie. Waar we de molen nog niet zien voelen we wel dat we doordraaien.

Geld is niet de oorzaak. Geld laat ons alleen maar zien hoe wij naar onszelf, naar elkaar en naar de wereld kijken. Bij onze bril ligt de basis van alle problemen die we zien en voelen en maken. Niet bij geld.

Geld is niet de oplossing. Onze crisis is geen ecologische, economische, politieke of sociale crisis. Onze crisis is precies dat: onze crisis. Een bedreiging voor wie we denken te zijn; een kans voor wie we werkelijk zijn.

Geld nodigt ons uit. Het nodigt ons uit voor iets dat zo dichtbij ligt dat we er niet eens de deur voor uit hoeven.

De wereld vraagt ons niet om grote projecten. Sterker nog, met grote projecten breken we meestal af wat zo graag willen repareren. Wat de wereld van ons vraagt is dat wij tot leven komen voor wie we van binnen zijn. Zodra we onszelf openstellen voor wat ons tot leven brengt, wordt de wereld die in ons hart leeft werkelijkheid. Wanneer wij de relatie met onszelf, met onze gaven en met onze omgeving beginnen te herstellen, volgen ecologisch, economisch en sociaal herstel vanzelf.

 

Waarom dan al die narigheid benoemen?
Kunnen we niet gewoon beginnen bij het feest? 

Misschien. Maar ik ga liever naar een echt feestje.

We kunnen onszelf pas bevrijden als we zien wat ons blokkeert. We kunnen pas tot leven komen als we zien waardoor we geleefd worden. We kunnen pas een nieuwe richting proberen als we zien waar we nu staan en begrijpen wat ons tot hier heeft gebracht. 

Geld heeft ons ver laten komen.
We hoeven ons er niet meer door te laten bepalen.

Tot leven komen wel of niet of misschien is geen luxeprobleem. Van alle opties - ik weet niet hoeveel het er zijn - is gehoor geven aan ons innerlijke verlangen, of hoe je de ja van binnen ook wil noemen, de meest praktische die ik zie. En de enige die volgens mij echt zin heeft. Nú leven, niet na ons pensioen, is het grootste kado dat we onszelf, onze kinderen en de wereld kunnen geven.

 

Wij die luisteren zijn met steeds meer. Onze vertraging is net zo aanwezig als de versnelling. Minder zichtbaar misschien en zonder lawaai; voor mij heel sterk voelbaar.

En we zijn niet alleen. Ik weet niet of ik tot hier was gekomen zonder de mensen die mij uitnodigden om mezelf te herkennen en te herinneren. Ik ervaar steun en aanmoediging, ook daar waar ik tegenwind lijk te krijgen. Samen maakt ons sterker. En samen vind ik veel leuker.

Beste medemens, ik heb geen waarheid in pacht en geen sluitende antwoorden. Ik deel wat ik door eigen ervaring en met vallen en opstaan heb ontdekt. Ik geef wat mij sterkt, inspireert en vrijer maakt. Ik ben niet groter of kleiner dan jij. Mijn weg is mijn weg; die van jou die van jou. Ik hoop je alleen te kunnen herinneren aan je eigen waarheid, net als anderen dat voor mij doen.

 

Deze brief begon als inleiding van een boek. Een persoonlijke reis naar de kern van ons bestaan, voorbij de overtuigingen die ons er van weghouden. Een mogelijke ingang naar vertrouwen op wat goed en juist voelt. Een uitnodiging voor wat jou tot leven brengt. Een ruimte om de natuurlijk expressie van jouw gaven te ontdekken. Het boek zou worden geschreven vanuit de ervaringen, inspiratie en ankers die mij dichter bij vertrouwen brachten en brengen. Het zou op papier gedrukt worden en online gratis te lezen zijn.

Misschien loopt alles volgens plan.
Misschien volgt het plan alleen een andere route dan ik had bedacht.

Sinds een paar dagen weet ik dat ik in januari 2016 voor onbepaalde tijd op reis ga. Ik volg een verlangen en een droom die niet meer voor later zijn: leven in natuur.

Zondag kreeg ik een zachte edoch zeer duidelijke schop onder m'n kont, maandag slingerde ik onrustig en bang heen en weer tussen mogelijkheden en beperkingen, dinsdag werd ik wakker met de woorden "zonder geld".

En toen was er ruimte.

De afgelopen tijd heb ik veel energie besteed aan ruimte om te kunnen schrijven. Ik kwam stapjes dichterbij maar zat er niet echt in. "Zonder geld" zag ik ineens waar ik spaak liep: op zoek naar de juiste randvoorwaarden, zonder mezelf de volledige overgave te gunnen aan wat wil gebeuren. 

De worsteling en het gebrek aan vertrouwen zijn me niet onbekend. En ik vind toch echt wel heel erg dat ik een hele hoop heb losgelaten dus. Maar "ik mag er niet zijn" had me weer flink tuk.

 

Ik snak er naar om in de natuur te zijn. Ik kan me geen betere plek voorstellen om te schrijven. Maar of schrijven is wat er gaat gebeuren... Volgens mij ga ik vooral om mezelf beter te voelen, te ontdekken en mee te maken. Als de impuls om te schrijven er is, schrijf ik. Als niet, niet. Ik wil trouw zijn aan wat wil gebeuren. Dit laatste vind ik misschien wel het spannendste. Maar wat gebeurt voelt heel natuurlijk. Het gebeurt nu, niet te laat en niet te vroeg.

Ik weet niet precies waar ik heen ga. Schotland gaat veel door me heen. Wanneer precies en hoe weet ik ook niet. Ik weet dat ik ga, dat ik zonder geld ga en dat ik meeneem wat ik heb te geven: de wens om te ontdekken en te delen wat mij en ons tot leven brengt. Door mijn ervaringen en gaven.

De dag voor mijn schop onder de kont was ik met twee vrienden, Arthur van der Lee en Loes Berkhout. De Qigong-oefeningen die we samen deden brachten Arthur op iets heel moois: "Je missie herkennen, niet meer als een stip op de horizon maar als een beweeglijk punt in jezelf, altijd bij je en al helemaal werkelijkheid."

Ik ga op gevoel en heb geen cent te verliezen. Dat schrijft heel stoer vind ik. Op dit moment vind ik mezelf ook best wel stoer. Maar ook weer niet. Ik weet het eigenlijk niet. Ik ga het ontdekken.

Veel liefs,

Mundo

Amsterdam en Utrecht, 6 december 2015

Vind de Engelse versie hier /
Find the English version here