Plicht of roeping? (Of niet zo snel?)

5 augustus 2016

'Mijn' bureautje in Portugal, vorige week zelf in elkaar gezaagd en getimmerd. Ik heb er nog niet veel aan gezeten: schrijven gebeurt hier meestal vanuit de hangmat. Maar vandaag ben ik jarig en morgen ga ik weg. Jarig stond al een tijdje in de planning; morgen weg niet. En ik wil hier nog even zitten.

Want het is een bijzondere verjaardag. Niet 'leuk' zoals verjaardagen leuk horen te zijn; gewoon bijzonder, net als alle andere dagen. En toch anders.

Ik kan er eerlijk over zijn en dat doe ik het liefste: ik weet het niet zo goed.

Gisteravond lees ik een stroom emails, allemaal van de afgelopen 72 uur, allemaal over mijn vader. Een nachtelijk uitstapje naar Utrecht, in zijn beleving zakelijk; het verlies van rugtas en mobiele telefoon; thuis in Amsterdam tegen de wijkverzorger zeggen: 'Ik wil naar mijn huis in Amsterdam'; bericht van de GGD dat hij op 30 juli en 4 augustus door de politie thuis is gebracht; een bezoekje van de politie na alarm van de buren over een verwarde man.

Mijn vader heeft Alzheimer, dat is geen nieuws. Dat hij ontzettend hard gaat is ook geen nieuws. We wisten dat hij het einde van het jaar waarschijnlijk niet zelfstandig wonend zou gaan vieren. Tenminste, niet op een manier die de maatschappij acceptabel acht.

Maar dat dit punt zó snel zou komen... het is even schrikken.

Ik laat de stroom binnenkomen en ga buiten in de ruïne van het duivenhuisje zitten. Het duurt niet lang: ik kan hier niet blijven. Ik kan hier niet ontspannen en lekker creatief buiten werken en aan m'n boek schrijven terwijl casemanagers aan de bel trekken, onderbezette professionele hulp overloopt, en mijn vader—mét alle hulp en steun van vrienden en familie—bijna continu alleen is en de hele tijd verdwaalt in woorden en wegen.

En dat maakt het heel simpel. Ik voel geen weerstand en wel verdriet en ik ga terug liften naar Nederland. Tot nader order woon ik weer bij m'n pa.

Ik bel Ilona, papa's ex-vriendin die onwijs veel voor hem doet, ik bericht de familie- en vriendenkern, stel casemanagers op de hoogte, vertel Millo en Fran dat ik morgenochtend vertrek en ik annuleer de 'Qigong en ruimte om te delen wat in ons leeft' bijeenkomst van zaterdag die ik voor mijn verjaardag in het leven heb geroepen. En ik ga slapen.


Ik word vroeg wakker. Ik loop de heuvel af, geef de moestuin water en neem een bad in de koude watertank. Ik leep naar boven en voel geen tas-inpak-beweging. Ik weet niet of ik vandaag al ga. Ik pak m'n telefoon. Bericht: weer alarm van de buren en weer politie. Vertrek ik vandaag zodat ik sneller in Nederland ben of ga ik iets regelen zodat mijn vader onder de pannen is en ik rustig naar huis kan?

Vijf uur en een rits Facetime- en WhatsApp-telefoontjes later zijn vrienden Paul en Marjan uit Friesland onderweg om mijn vader op te halen. Hij blijft bij hen tot ik weer in Amsterdam ben.

Één uur. Lunchtijd. Snikheet. Ik heb geen trek. Ik wil buiten werken. Nog een paar jonge boompjes vrijmaken en beschermen.

's Middags spreek ik Paul en mijn vader via Skype. Ze zijn net in Friesland aangekomen. Mijn vader weet niet meer dat ik hem vanochtend ook al sprak. Als ik vertel dat ik terugkom zegt hij 'oh dat hoeft niet hoor'.

Mijn vader wil de tuin in. Ik ben alleen met Paul. Hij is benieuwd naar wat ik hier doe en waarom.
'En wil je in Portugal blijven?'
—'Nou ja, maar...' en ik val stil. 
Ik stok voor '...dat is geen optie'. Want is het geen optie?
—'Ik had blijven nog niet als optie gezien. Hoe zie jij dat voor je?'
'Nou, hij is nu hier. Ik kan niet zeggen hoe lang we het aankunnen maar we willen graag helpen en Ilona komt 20 augustus terug uit Frankrijk. Je hebt een belangrijke rol in deze, maar het wordt ook tijd dat je je eigen leven gaat leiden. Zullen we het even aankijken en elke dag Skypen?'
...
—'Ik wil dit even binnen laten komen. Kunnen we elkaar vanavond weer spreken?'

Eten. Ik heb nu wel trek. Ik praat even met Millo. Ga ik terug omdat ik me verplicht voel of omdat ik me geroepen voel? Heb ik mijn vader los te laten of heb ik er te zijn? Sta ik het schrijven in de weg door naar Nederland te gaan of door in Portugal te blijven? Waar word ik toe geroepen?

Emails in reactie op mijn bericht van gisteravond. Ik lees onder andere: 'Neem niet de rol van mantelzorger op je. Mét mantelzorger komt er geen professionele hulp; zónder mantelzorger wel. Je hebt je eigen leven te leiden. Zorg ervoor dat je alleen beschikbaar bent voor bezoek en contact. Dit is mijn persoonlijke mening. Iedereen maakt in dit proces zijn eigen afweging en ik weet dat jij dat kunt respecteren.'

Ik loop naar de ruïne. Ik ga liggen. Blauwe hemel en koren in de wind. Één ding is duidelijk: ik ga dit niet strategisch aanpakken. Ik ga geen wachtspel spelen tot een gedwongen opname. Ik ga doen wat gedaan wil worden.

Zitten. Ademen. Wachten. 

Plicht of roeping. Ik voel ruimte en stilte en ik kom er niet uit. Maar dat maakt niet uit: het ene zie ik wel en het andere niet. Ja, ik wil graag hier blijven; ja, ik wil lekker buiten werken; ja, ik wil schrijven; ja, het komt ook goed als ik wegblijf. En nee, ik probeer het me voor te stellen en ik zie het niet. Wat ik zie is Nederland. Ik zie schrijven in Amsterdam, mij en m'n vader in zijn huis, samen samen en samen alleen. Ik zie mijn vader af en toe bij vrienden uit logeren gaan. Ik zie humor en echtheid en voelen en dingen niet te serieus nemen. Ik zie mijn boek vrij en creatief tot stand komen.

In Nederland zie ik in een levend beeld, in Portugal niet. Portugal beweegt niet, is als een bevroren plaatje in een film die niet wil spelen.

Dan is er nog 'even aankijken'. Want ik hoef vandaag geen besluit te nemen. Maar even aankijken voelt als een doods niemandsland: net niet niks en ook niet iets, niet bewegen en ook niet stil staan, mweuhhh...

Dus ik weet het niet zo goed. En ook weer wel.


Het drama blijft uit vandaag. Drama doet sowieso steeds minder mee. En ik merk hoe fijn ik dat vind. Één keer hoor ik heel zachtjes in mezelf: 'Wanneer krijg ik nou eindelijk ruimte om...'—Het stopt meteen. Dit is geen rotverjaardag, geen abrupt einde van de reis en geen roet in mijn eten. Ik voel wel van alles. Verdriet, onzekerheid, ruimte, niet-weten, dankbaarheid, creativiteit... ik weet het niet: gevoel.

Het leven gooit een verrassing in m'n schoot en ik mag er mee dansen. Ik hoef niets weg te drukken. Ik kan alles voelen en tegelijkertijd handelen. Doe ik wat de situatie werkelijk van me vraagt? Ik heb geen idee. Ik ga af op het levende, bewegende beeld. En ik mag benieuwd zijn naar morgen.

En mocht ik nog denken: 'Wanneer krijg ik nou eindelijk de ruimte om...' Ik heb hier toch weer lekker over kunnen schrijven.

Het is een bijzondere dag, net als alle andere. En toch anders.

Happy birthday to me!


Maar dit gaat 'em niet worden.

Ik wil bovenstaand stuk meteen op m'n blog zetten maar het lukt niet. Ik voel weerstand en moeheid en laat m'n toetsenbord los. Ik loop naar buiten en vertel Millo dat ik morgenochtend vertrek. Ik bel Paul en Marjan en m'n vader en ik vertel dat ik morgenochtend vertrek. Wat ik zeg is niet wat ik voel.

De zon is net onder. Ik sta buiten. Ik voel en hoor de zachte wind en ik kijk naar de vallei. Opeens twijfel ik weer aan alle kanten. Opeens beweegt Portugal weer en verstijft Nederland.

Fuck. Durven wachten...

Ik bel Frank. Frank neemt niet op. Ik stuur Frank een WhatsApp-bericht: 'Als je ruimte hebt, kunnen we dan even bellen?' Eerder op de dag vroeg ik Korrie of ik met haar kon bellen. Zij heeft mijn bericht nog niet gelezen. Bijna bel ik Ewoud via WhatsApp en dan stop ik. Ik zoekzoekzoek naar een onmiddellijke weg uit dit gevoel. Niet op deze manier...

Ik vraag Millo of hij even tijd heeft.

'Millo, ik dacht er zo zeker van te zijn en nu zit ik weer vol twijfel. Moet ik echt nu naar Nederland? Of praat ik mezelf dat aan? Creëer ik drama? Beweeg ik vanuit het idee dat de wereld me nodig heeft? Wil ik de redder zijn? Kondig ik daarom halsoverkop mijn vertrek aan? Om mezelf vast te houden in dat verslavende idee?'
—'Mag ik een suggestie doen?'
'Ja, graag.'
—'Wacht. Het is je nu niet helder. Ik krijg altijd een opgesloten gevoel als ik mezelf tot een keuze dwing die ik nog niet kan maken. Het klinkt alsof je deed wat je moest doen en nu is er ruimte. Neem die ruimte. Je hoeft morgen niet terug.'
Bingo.
'Dankjewel Millo...'

Ik ga slapen.



6 augustus 2016

'Mundo, ga je mee naar de stiltedag?'
Met een klein groepje de dag in stilte en meditatie doorbrengen... Ik wil niet want ik wil niet stilzitten want ik moet en dus is het heel goed om stil te gaan zitten.
—'Ja ik ga mee.'

Ik voel me niet leuker aan het einde van de dag. Nu is het vooral de innerlijke boeroeper die me vermanend aanspreekt: 'Wanneer leer je nou eens om te wachten?' En: 'Zonde van je verjaardagsbijeenkomst, vind je niet?' En: 'Ja, daar zit wel wat in. Wanneer leer je nou eens...'

De boeroepers hebben een punt. En ik heb een punthoofd. Ik voel me wiebelig en kwetsbaar. En helderder. 

Ik wil blijven. Straks bel ik Paul en Marjan en Papa. Ik spreek m'n wens uit en kijk wat er gebeurt.

Skypen vertelt me wat ik eigenlijk al wist: m'n vader zit even heel erg goed op zijn plek. Hij is met vrienden met wie hij ver teruggaat. Vandaag stond hij in colbert en korte broek in de tuin te werken. Ze hebben lol samen. Nu naar huis gaan voelt zelfs als in de weg gaan zitten. En: 'Mundo, je doet al genoeg. Neem lekker je tijd. Laten we contact houden en kijken hoe het gaat. Vooralsnog vinden we het alleen maar leuk dit.'

Ik blijf. Tot ik naar huis ga.


Ik was snel. Snel was goed: m'n vader is heel fijn onder de pannen. Met snel vluchtte ik uit het niet-weten. Want niet-weten voelde niet zo lekker. En met snel ontnam ik mezelf bijna de ruimte die ik mezelf altijd kan geven. Ik kan er nog niet zo goed woorden aan geven maar ik zie een terugkerend patroon. Het is in ieder geval iets met 'ik mag er niet zijn' hahahahaha!

Ik kijk naar wat ik een paar weken terug schreef: 'Binnen de veilige marge van aangeleerde patronen sta ik nooit voor verrassingen. Maar als ik durf te wachten, durf toelaten wat ik misschien niet wil voelen, durf te verblijven in een oncomfortabele ruimte, durf te vertrouwen dat de juiste beweging er straks is als ik nu volg wat goed voelt... ik krijg elke keer weer enthousiasme, energie en mogelijkheid kado.'

En ik kijk naar de woorden in bovenstaand stuk: '...ik hoef vandaag geen besluit te nemen. Maar even aankijken voelt als een doods niemandsland: net niet niks en ook niet iets, niet bewegen en ook niet stil staan, mweuhhh...'

Ik kan soms mooie woorden geven aan mijn uitvlucht. En dat typ ik met een glimlach. Ik kan nog heel wat leren van m'n eigen schrijven.

Veel liefs uit Portugal, nog steeds.