2. Wat is geld en wat doet geld met ons?

Één van de eerste vragen die ik tegenkwam in Sacred Economics is:

“Wat is er mis gegaan met dit prachtige idee genaamd geld, dat menselijke talenten kan verbinden met menselijke behoeften?”

Die vraag roept meteen een paar nieuwe vragen op:

“Wat is er mis gegaan met dit prachtige idee genaamd geld?”
“Wat is er mis met geld?”
“Wat is geld?”

Als geld in de meest pure vorm “menselijke talenten kan verbinden met menselijke behoeften”, een ruilmiddel dat menselijke activiteiten op een mooie manier kan samenbrengen, een uitdrukking van dankbaarheid en zelfs van liefde, waarom is het dat niet in de praktijk? 

En wat is geld dan wel?

De Jip en Janneke versie
Stel dat je met een groepje mensen samen in een dorp woont. Jullie verbouwen zelf voedsel, houden dieren en beoefenen verschillende ambachten. Jullie voorzien in je eigen en elkaars behoeften door te ruilen en te helpen waar nodig.

Op een dag komt iemand met nette kleding en zwarte lakschoenen het dorp in. Hij kijkt wat rond en verzamelt iedereen na een tijdje bij elkaar. “Jullie leven in een hoop gedoe. Ik geef jullie ieder tien briefjes van tien euro: dat is veel makkelijker ruilen en onderhandelen dan met kippen en tarwe.” 

Jij en de mensen om je heen worden hier blij van. Het maakt dingen inderdaad veel makkelijker.

“Oh ja,” voegt hij er nog even aan toe. “Aan het eind van de week wil ik dat ieder van jullie bij mij terugkomt met elf briefjes van tien euro. Dat elfde briefje geeft ieder van jullie aan mij, als waardering voor de vooruitgang die ik mogelijk heb gemaakt.”

Er komt geen ander geld van buitenaf het dorp in. Dat elfde briefje van tien euro wordt niet gemaakt. Dus het moet uit de groep komen. Wat denk je dat er gaat gebeuren?

En hoe zou je je daarbij voelen?

In essentie is dit hoe ons geldsysteem werkt.
Geld draagt altijd een bijbehorende rente met zich mee, omdat het geleend is of simpelweg vanwege inflatie. In dit systeem moeten we altijd meer terugstoppen dan we er uit halen of er van ‘krijgen’. Anders gezegd: bij uitwisselen ruilen we ‘spullen nu’ voor ‘spullen straks’; geld verplicht ons om ‘spullen nu’ te ruilen voor ‘meer spullen straks’ - of we die spullen nou nodig hebben of niet.

Om aan die renteplicht te voldoen is hebben we groei, de heilige graal van ons economische denken en handelen. Alleen moet ook die groei ergens vandaan komen.

Dus boren we onze natuur en tijd aan. We nemen dingen die vroeger gratis waren, of die we voor elkaar deden, van elkaar weg en verkopen ze aan elkaar terug. Steeds meer van wat de natuur ons heeft gegeven maken we tot een product. Dingen die ooit gratis waren en die we voor elkaar deden verdraaien we tot een dienst. Bijna alles van wat we ooit zelf maakten of (ver)bouwden besteden we uit. Schoon water, ouderenzorg, voeding, ideeën, verhalen, muziek... Groei kunnen we alleen maar volhouden door steeds meer onder te brengen in een geldeconomie. Hoe langer we dit doen, hoe verder we verwijderd raken van onze natuur, van elkaar en van onszelf.

Want hoe makkelijk is het om in zo’n systeem nog iets met liefde en aandacht te maken? Om niet te laten produceren daar waar arbeid het goedkoopst is? Om de beste materialen in plaats van de goedkoopste te gebruiken? Om iets te vinden waar een persoon en een verhaal achter zitten? Om onze spullen met liefde te behandelen? Om ze te repareren wanneer ze stuk gaan en ze niet weg te gooien om te vervangen? Om dingen voor elkaar te doen omdat we dat willen en niet omdat we er voor betaald krijgen?

Vorig jaar ging ik naar de schoenmaker met een kapotte binnenvoering van een paar schoenen. Hij vroeg er €45 voor. Ik schrok me kapot en moest een paar keer diep ademhalen om niet toe te geven aan de drang om ‘dan maar een nieuw paar schoenen’ te halen. Later besefte ik me dat de waarde van m’n schoenen bijna volledig werd bepaald door wat ik er voor betaald had. Ik was er achteloos mee omgegaan en nu had de binnenvoering het begeven. Een jaar na aankoop al wilde ik ze bijna afschrijven.

Een wereldvreemd symptoom
eld heeft geen houdbaarheidsdatum. Het gaat niet dood, rot niet weg en is niet onderhevig aan verval. Als iemand ons een stapel kaas kado geeft delen we die stapel zo snel mogelijk uit: aan een toekomstige koelkast vol rottende zuivel hebben we niets. Maar voor een toekomstige stapel geld schaffen we graag een kluis aan.

Geld vloeit eerst en vooral naar mensen die er meer van kunnen maken, niet omdat ze het kunnen gebruiken of er een mooie bestemming voor hebben. 

 

Mensen die veel geld hebben kunnen er het makkelijkst meer van maken. Thomas Piketty laat in zijn boek Kapitaal zien: “Wie kapitaal heeft maakt daar al snel 4 tot 5 procent rendement per jaar op. In normale tijden bedraagt de economische groei ongeveer 1,5 procent. (...) Vooral het vermogen van de allerrijksten groeit heel snel. Volgens de Global Wealth Ranking van het tijdschrift Forbes zijn die vermogens tussen 1987 en 2013 met 6 tot 7 procent per jaar gestegen. Het gemiddelde inkomen ging met 2 procent per jaar omhoog. Als je dat de volgende twintig, dertig jaar volhoudt krijg je een extreme concentratie van rijkdom.”

De Volkskrant, zaterdag 19 april 2014: ‘Slapend rijker’ door Peter Giesen en ‘Smith, Marx, Piketty?’ door Xander van Uffelen

Zoals de zaken er nu voor staan profiteren we veel meer van ons bezit dan van ons vermogen tot creatieve expressie. Ons hebben bepaalt veel meer dan ons kunnen wat we nu en straks waard zijn. Een voorbeeld van Piketty: “In Frankrijk is 70 procent van de grote vermogens geërfd. Wat ernstiger is: kapitaal groeit sneller dan de rest van de economie.”

Met de eigenschappen die we aan geld hebben toegekend kan de polarisatie van rijkdom alleen maar toenemen: iedereen betaalt in essentie hommage aan de eigenaren van geld. Zelfs als je geen geld hebt geleend betekent inflatie en een vast inkomen dat je elk jaar armer wordt.

 

Zijn we stompzinnig of worden we dat?
Er zijn stromen die redeneren dat ’overvloed’, oftewel geld, een keuze is. Als je jezelf er voor openstelt krijg je alles wat je nodig hebt; als je het jezelf niet gunt leef je in een tekort. Je hoeft dus alleen maar vanuit ‘overvloed’ te leven. Een leuke gedachte, en misschien bevat ‘ie een waarheid, alleen is het in dit systeem qua geld wiskundig gezien onmogelijk voor iedereen om genoeg te hebben. Schuld overstijgt altijd de hoeveelheid geld; “One man’s prosperity is another man’s poverty.”


Zie "The Economics of Usury" in Charles Eisenstein - Sacred Economics.

Geld, oftewel rente en inflatie, creëert een constante druk om te overleven. Het brengt ons in een stoelendans waarin we steeds harder moeten rennen en er altijd iemand naast de pot piest. In het groot en in het klein doet dit iets met ons.

We leven op een aarde die makkelijk zeven miljard mensen zou kunnen herbergen en dat niet kan. De noodzaak tot groei dwingt ons om meer te produceren dan we nodig hebben, om diensten in het leven te roepen die ons helemaal niet dienen.

We zijn voorbij het draagvermogen van onze planeet geschoten en proberen aan alle kanten de gevolgen te bestrijden: conflict, ongelijkheid, gebrekkig onderwijs, armoede, droogte, voedselschaarste, etc. Ondertussen is er steeds minder ruimte voor een economie die veel belangrijker is: wat we met liefde voor elkaar maken en doen.

 
 
 

In december 2013 schreef Rutger Bregman over geldgebrek en wat het met ons denkvermogen doet. Onderzoek in de VS toont aan dat arme mensen geen domme beslissingen nemen omdat ze dom zijn, maar omdat ze in een context leven waarin iedereen domme beslissingen zou nemen.

 

Zorgen, of die nou gaan over geld of tijd of eten, slokken mentale ‘bandbreedte’ op. Gebrek aan geld, tijd en eten - reëel of in ons hoofd - neemt onze gedachten in beslag en vernauwt onze blik. We kijken eerder naar de korte termijn en hebben minder aandacht voor dingen die we belangrijk(er) vinden. Hoe meer dat gevoel van schaarste ons domineert, hoe harder we naar overleven omschakelen en hoe dommer we in onze beslissingen worden.

Ik heb momenten van paniek gekend wanneer de cijfers op m’n bankrekening richting nul gingen. In dezelfde situaties heb ik ook momenten van rust ervaren. Het verschil zit altijd in de mate waarop ik m’n gedachten kan zien voor wat ze zijn - gedachten. Dat is en blijft oefenen. Ik zie mijn bandbreedte nog steeds kleiner worden, vaak op de meest willekeurige momenten.

Terwijl ik eind 2014 begon aan deze alinea’s bijvoorbeeld. Ik ervoer opeens een enorme druk om dit stuk af te hebben. Om de tekst zo snel mogelijk online te krijgen en me weer op andere zaken te focussen. In plaats van creatief bezig te zijn sloeg ik mezelf op m’n hoofd. De manier waarop ik schreef, de tijd die ik hieraan besteedde, de pauzes die ik wel en niet nam, dat ik hier überhaupt mee bezig was... alles was verkeerd en ik dook steeds dieper het cirkeltje in. 

Ik had een lieve vriendin, een neef en een wandeling in het park nodig om het stof te laten dalen en weer helder te zien. Dat ik m’n agenda bijvoorbeeld had laten vullen met afspraken waar ik op dat moment geen aandacht aan wil besteden. Afspraken die m'n “Je moet nu zichtbaar zijn anders besta je morgen niet!”-hoofd belangrijk vindt. Terwijl m’n gevoel heel duidelijk aangaf dat die agenda even leeg wilde zijn, ruimte wilde bewaren om te schrijven.

Het is jou misschien niet onbekend. Ik kom het in ieder geval vaak tegen. Ik ontmoette een fotograaf die het als een gegeven zag dat hij niet bij alle opdrachtgevers zichzelf kon zijn. Tot ik hem vroeg: “En wat als dat nou wel zo is? Wat gebeurt er als jij jezelf volledig laat zien in wie je bent?” Zijn eerste antwoord: “Dan krijg ik geen opdrachten.” De gedachte was waar omdat hij ‘em voor waar aan zag.

Ik ontmoette iemand anders die bezig was met een online bedrijfje in innovatieve ruitenkrabbers. Niet omdat hij die zo gaaf vond maar omdat hij er een markt in zag. Hij was op zoek naar iemand die het voor hem kon runnen want hij werd er zelf niet bepaald enthousiast van.

Ervaar je dit zelf wel eens? Heb je je wel eens onderdanig gemaakt in een sollicitatiegesprek? Ben je wel eens achter iemand aan blijven zitten om iets te verkrijgen waar je eigenlijk niet op zat te wachten? Heb je wel eens iets gedaan wat je helemaal niet wilde doen en toch deed? Heb je wel eens een tweede kop koffie besteld waar je eigenlijk geen zin in had, gewoon omdat je gevraagd werd of je nog iets wilde drinken?

Ons gedrag zien voor wat het is kan al heel veel verlichten. De illusie eindigt alleen niet per se wanneer wij de illusie doorprikken. De wereld om ons heen kan er namelijk een heel ander idee op nahouden. Zeker wanneer wij er een contract mee hebben.

Emile Jansen was zes jaar lang op zoek naar een plek in de cockpit. Die plek heeft hij niet gekregen. Doordat hij te weinig vlieguren maakte verliep zijn brevet. Dat gold niet voor de lening waarmee hij z’n opleiding heeft betaald. Hij en zijn familie zien zichzelf nu in “een leven voor en een leven na de handtekening”.

De documentaire die zijn zus Suzanne maakte gaf me een prachtige, ontroerende en pijnlijke indruk van een situatie die voor 1500 Nederlandse piloten werkelijkheid is. Hier is de trailer:*

 

Als je benieuwd bent naar hoe het Emile vergaat sinds de opnames van de film, vind je dit Facebook-bericht misschien wel leuk.

Als geld in de meest pure vorm “menselijke talenten kan verbinden met menselijke behoeften”, een ruilmiddel is dat menselijke activiteiten op een mooie manier kan samenbrengen, een uitdrukking is van dankbaarheid en zelfs van liefde, maar dat niet is, waar zijn we dan zo van de pot gerukt?


> Verder naar 3. De kanteling
< Terug naar 1. De aanleiding
<> Naar het overzicht