3. De kanteling

We’ve all been given a gift, the gift of life.
What we do with our lives is our gift back.
- Edo

Zien hoe geld beweegt en ons in situaties brengt waar we niet gelukkig van worden, in het groot en in het klein, doet makkelijk vermoeden dat we ergens in de stront zijn gestapt zonder dat we het door hadden. Louis C.K. legt in twee minuten een hilarische vinger op de zere plek:

 
 

Of, in de woorden van Eisenstein: “We hebben niets van de dingen verdiend die ons in leven houden of ons leven goed maken. We hebben lucht niet verdiend. We hebben onze geboorte niet verdiend. We hebben ons vermogen tot ademhalen niet verdiend. We hebben deze aarde die ons van voedsel kan voorzien niet verdiend.”

We zijn hier op aarde gekomen zonder daar iets voor te doen. Ons bestaan is ons gegeven. Ergens weten we dat. Diep van binnen leeft een gevoel van dankbaarheid en de wens om die dankbaarheid te uiten. En wat is een mooiere manier dan expressie te geven aan onze eigen gaven? Zijn ook die ons niet gegeven zodat wij ze kunnen geven?

We zijn alleen anders gaan kijken. Ergens is de overtuiging ontstaan dat we afgescheiden zijn van de wereld en van elkaar. Dat de wereld onverschillig is en zelfs vijandig. Dat we om te overleven controle moeten uitoefenen om elkaar en de wereld in een veilig gareel te houden.

Misschien heeft die overtuiging ooit voeten in de aarde gehad. Ik kan me voorstellen dat het leven honderdduizenden jaren geleden een stuk harder, zwaarder en onveiliger was. Ik weet het alleen niet want ik kan het me niet herinneren. Maar zelfs de meest ‘primitieve’ mensen lijken boven die omstandigheden uitgegroeid te zijn. Als ik afga op verhalen over Aboriginals, Noord-Amerikaanse Indianen en inheemse stammen in Suriname, zie ik mensen in de meest extreme omstandigheden in totale eenheid en harmonie met de natuur leven. Zij zorgen voor de wereld en de wereld zorgt voor hen.

De meesten van ons leven in een ander verhaal. Psychiater-filosoof Damiaan Denys vertelde tijdens een boekpresentatie dat de wereld statistisch gezien nog nooit zo veilig en vreedzaam is geweest. Statistisch gezien. Aangewakkerd door ‘nieuws’ en door elkaar zien we de wereld steeds onveiliger en gewelddadiger worden. En met die angst komen we bij de basis van geld zoals het vandaag in omloop is. Zoals Alan Watts het prachtig kan zeggen:

 
 

Geld komt nergens vandaan. Het is een uitgevonden afspraak en op zichzelf niks waard. Toch geeft het wezenlijk betekenis aan ons bestaan. We denken dat het echt is en ons zekerheid geeft. Als we ondanks geld toch onzeker worden kunnen we altijd nog goud kopen. Een materiaal waar we weinig mee doen behalve het uit de grond graven en in andere gaten stoppen die we kluizen noemen.

Illusie en werkelijkheid
In 2013 ontdekte ik in Namibië dat families op de meest afgelegen en droge plekken tientallen en soms wel honderd koeien houden. Terwijl ze er niets aan hebben. Dagen moeten ze met hun dieren lopen om voedsel en water te bereiken. Van één koe gebruiken ze misschien de melk; de rest is een status-symbool. Het maakt hun leven bijna onmogelijk. Maar ze zijn wel ‘rijk’.

 

Hoe dom dit ook lijkt, met geld is het niet anders. Geld is een doel op zich geworden en creëert een overtuiging die op een illusie is gebaseerd:

Schaarste is een perceptie, geboren uit de overtuiging dat we moeten vechten voor een veilig bestaan. Onze reactie op die schaarste (zie het eerder genoemde artikel van Rutger Bregman in De Correspondent) is begrijpelijk maar ook zelfvervullend: wat in overvloed aanwezig is wordt vrijelijk gedeeld; waar schaarste regeert scheiden mensen zich van elkaar af om zich vast te klampen aan datgene wat ze ‘veiligheid’ brengt: geld.

En zo wordt illusie werkelijkheid: geld hoopt op en blokkeert de expressie van talent. Op sommige plekken is er zoveel dat we niet weten wat we met ons overschot aanmoeten; op andere plekken is er een chronisch gebrek aan de meest basale levensmiddelen. Allemaal op een aarde die meer dan genoeg heeft voor al het leven dat er nu is.

 

Met andere woorden: “A chest of gold coins or a fat wallet of bills is of no use whatsoever to a wrecked sailor alone on a raft. He needs real wealth, in the form of a fishing rod, a compass, an outboard motor with gas, and a female companion. But this ingrained and archaic confusion of money with wealth is now the main reason we are not going ahead full tilt with the development of our technological genius for the production of more than adequate food, clothing, housing, and utilities for every person on earth.”

Alan Watts - "Wealth versus Money." Uit: Does it Matter? Essays on Man’s Relation to Materiality, uitgegeven in 1970. Hier een hele mooie en leuke recensie.

Exclusief?
Hoe weinig of hoeveel we zonder geld kunnen hangt af van waar we wonen, van de cultuur waarin we leven en vooral van onze eigen houding. Als we door onze afspraak met geld heen prikken blijken we vaak tot prachtige dingen in staat.

Zo ook Jon Jandai. Jaren geleden vertrok hij van het platteland naar Bangkok. Zijn familie had hem overtuigd dat het leven daar beter was. Zeven jaar studeerde en werkte hij zich te pletter. Hij had steevast te weinig eten. Totdat er een vraag bij hem op kwam: “Waarom is het leven zo moeilijk?” Terug op het platteland vond hij zijn antwoord:

 

Het volledige filmpje (briljant!) vind je hier.

Jons verhaal inspireert me maar roept ook een wedervraag op: hoe kunnen we zelfvoorzienend leven als elke vierkante centimeter om ons heen door iemand is geclaimd? Afgelopen zomer trok ik met een tent en een rugzak vol eten door de Schotse Hooglanden. Acht dagen lang was ik alleen en vrij om te gaan en staan waar ik wilde. Dag negen werd dat anders. Op weg naar een boerderij waar ik zou gaan werken kwam ik weer in de bewoonde wereld. Ingericht met hekken.

Van alle dagen beleefde ik tijdens die laatste kilometers m’n zwaarste momenten. Overal werd ik tegengehouden, moest ik omlopen, kon ik soms niet omlopen, klauterde ik over prikkeldraad, zakte ik weg in de koeienmodder... Ik raakte gefrustreerd omdat ik het was vergeten: de aarde, die ons allemaal toebehoort, bestaat voor het grootste deel uit privé-eigendom.

Er zijn en waren maatschappijen die individueel eigendom uit de weg hebben geruimd om plaats te maken voor iets anders: staatseigendom. Mensen, spullen en land behoorden niet meer toe aan de elite maar aan de staat. Een staat die mensen verplicht stelde zichzelf weg te cijferen voor een geheel waarin iedereen gelijk was. George Orwell schreef er een prachtig boek over, Animal Farm: "All animals are equal, but some animals are more equal than others”. Een nieuw jasje over het oude patroon.

 

De in 1955 uitgekomen animatiefilm kan je hier kijken. 

Binnen dit verhaal ‘van mij en niet van jou’ worden we ultiem uitgedaagd om onszelf niet continu af te vragen:

We durven bijna niet meer te geven. We willen zeker zijn van ons aandeel. We moeten onze uitgaven met rente terughalen. Zelfs een verlangen om te geven wordt vaak omringd door bezorgdheid. “Kan ik dit wel doen? Krijg ik er wel iets voor terug? Kan ik m’n rekeningen straks nog wel betalen?”

Touwtjes zonder handen
isenstein vindt het niet gek dat er mensen zijn die overal een complot in zien. Hij denkt alleen dat uit onze overtuigingen een complot zonder bedenker is gegroeid: “Iedereen is een marionet, maar er zijn geen poppenspelers.”

Ik zie mezelf onbewust nog wel in eens in de gedachte vallen dat die poppenspelers er wel zijn. Dat de makelaar, gemeente, belastingdienst, overheid, etc. aan het werk zijn om mij en ons het leven zuur te maken. Het deel in mij dat zich in een vijandige wereld waant vindt dat heerlijk, houdt van de strijd, krijgt er energie van, is ‘iemand’ tegen ‘de rest’. Maar in momenten van vertrouwen sluit mijn gevoel zich aan bij dat van Eisenstein. We komen alleen maar uit deze schuit door te zien dat we er samen in zitten. Onlosmakelijk.

 

Alan Watts zag in 1970 al de noodzaak van een nieuwe orde: “... an economic utopia is not wishful thinking but, in some substantial degree, the necessary alternative to self-destruction.” Hij voorzag ook dat het niet zo makkelijk zou zijn om ons ‘gezond verstand’ bij te brengen dat de deugden van geld maken en sparen verouderd zijn.

Maar we lijken nu wel op dat punt aan te komen.

Uit: Does it Matter? Essays on Man’s Relation to Materiality, uitgegeven in 1970.

We voelen steeds duidelijker dat het zo niet langer kan. Wat vanzelfsprekend was begint belachelijk te worden. En wat ik zo mooi vind aan Eisensteins visie is dat hij dit punt niet ziet als een vergissing maar als stappen in een proces van volwassen worden. We hebben puberaal rondgeklooid met technologie en cultuur zonder te beseffen wat we in handen hebben. We zijn uitgeraasd. Het is mooi geweest.

We bewegen misschien nog wel mee maar we geloven niet meer. Ons oude verhaal begint in elkaar te donderen en maakt daarmee ruimte voor een ander besef:

Dit is geen nieuws. Religie, Boeddhisme en Karma leren ons al eeuwen dat wat wij nu doen invloed heeft op onze toekomst. We zijn alleen bekender met een andere formulering: “Doe een ander niet aan wat je jezelf niet toewenst.” En daar zit geen wederkerigheid in.

“Wat we anderen aandoen doen we ook onszelf aan” kunnen we snappen en er mee akkoord gaan, maar ware transformatie vraagt een wezenlijke verandering van onze zijns-ervaring. Ik geloof, zie en voel dat die gaande is. Onze ogen beginnen zich te openen voor een blik van verbinding. Ons ‘zelf’ begint zich uit te breiden naar dat van anderen.

Als wij ziek zijn en iemand vraagt ons: “Hoe gaat het met je?”, zullen we niet zo snel antwoorden: “Nou m’n lever doet het niet maar met mij gaat het prima!” Zo is het binnen, zo wordt het nu ook buiten.

Ver weg?
Een vriend van mij maakte een prachtige analogie met de val van de muur. “Op een gegeven moment hadden mensen er genoeg van. Dat ongenoegen ging achter de schermen groeien en werd op een gegeven moment te groot. De partijleiders zagen het niet aankomen en stonden van de ene op de andere dag in hun onderbroek.”

Zo is het nu misschien ook wel. Niet altijd even zichtbaar, bij vlagen voelbaar. Hoe voelbaarder dat nieuwe besef wordt, hoe makkelijker we onze dingen kunnen gaan omdraaien. En partijleiders die straks in hun onderbroek staan krijgen van ons nieuwe kleren. Handgemaakt en paars met gele stippen.