4. Naar een economie van verbinding

Als geld en goud afspraken zijn kunnen we die afspraken ook veranderen. In dit hoofdstuk beschrijf ik een aantal stappen die we op systemisch niveau kunnen maken. Stappen die geld verenigen met een besef van verbinding en het zelfs bij laten dragen aan het herstel van die verbinding.

Kosten internaliseren in plaats van afwentelen
Als goud nu ons onderpand is kunnen we ook een ander onderpand kiezen. Gezonde lucht bijvoorbeeld, ongerepte natuur, de hoeveelheid olie in de grond... Als wij de daadwerkelijke kosten gaan betalen voor wat we maken en doen, in plaats van ze af te wentelen op andere mensen, op dieren en op onze omgeving, is de kilo-knaller van vandaag het duurste stuk vlees van morgen.

Dit

 
 

en dit

Beelden afkomstig uit Samsara.

en dit

 

is dan in één keer voorbij.

Dit heet ook wel “kosten internaliseren” en wordt her en der al toegepast. Zie bijvoorbeeld TruePrice.org.

In zo’n situatie zal ongebreidelde koopdrang verdwijnen, worden we ons veel bewuster van wat we in huis halen en is repareren aantrekkelijker dan weggooien en een nieuwe kopen. Liefdevol zorg dragen voor onze spullen wordt de normaalste zaak van de wereld.

Winst maken kan alleen nog maar met goed en verantwoordelijk gebruik van grondstoffen en middelen. Hoe meer we uit de natuur trekken, hoe duurder we uit zijn. Hoe meer we in harmonie met mens, natuur en omgeving werken, hoe goedkoper. Kosten internaliseren maakt winst een bondgenoot in het herstel van onze aarde in plaats van een vijand.

Van “onbeperkt houdbaar” naar “te gebruiken tot”
ls rente een afspraak is kunnen we ook afspreken dat die rente negatief is in plaats van positief. Geld krijgt dan dezelfde eigenschap van verval als nagenoeg alles in de wereld. Hoe langer je er op blijft zitten, hoe minder het waard wordt. Eisenstein verhaalt over twee munteenheden uit de vroege twintigste eeuw die volgens dit principe werden ingezet om economische malaise tegen te gaan: de Duitse Wara en de Oostenrijkse Wörgl. 

Net als schepen die aan de haven overliggeld moeten betalen wanneer ze hun lading niet op tijd lossen, werden houders van de Wara en Wörgl belast met 1% van de waarde per maand dat ze er op bleven zitten. Ze konden hun biljetten bewaren en ze elke maand tegen betaling van een nieuwe stempel voorzien, of hun geld uitgeven en in circulatie brengen en zo de 1% belasting vermijden.

 
 

Wegen en bruggen werden aangelegd en gerepareerd, achterstallige betalingen werden voldaan, werkloosheid dook naar beneden en de economie leefde op. De Wörgl, vernoemd naar de stad waarbinnen de munt een geldig ruilmiddel was, kreeg zelfs aandacht en bezoek van burgemeesters en politici uit andere landen. Totdat, zoals het de Wara ook verging, centrale overheden het benauwd kregen en de munteenheden uitbanden.

Negatieve rente (of ‘rottende valuta’ in een wat lelijker woord) stimuleert uitwisseling. Geld bezitten wordt een last en niet langer een deugd. Negatieve rente betekent ook afscheid nemen van een krankzinnige situatie waarin we moeten betalen (door rente en inflatie) om geld überhaupt te mogen gebruiken als ruilmiddel. De simpele wens om uit te wisselen geeft ons dan de mogelijkheid om uit te wisselen. Geleend geld kan ook geen monster meer worden dat we niet kunnen bijhouden. En we hoeven niet meer te betalen om onze leningen terug te betalen. Eisenstein en een aantal anderen spreken over ‘gratis geld’ dat vrijelijk circuleert in plaats van stagneert en ophoopt.

 

Negatieve rente is niet zo radicaal als het lijkt. Er is geen nieuwe financiële infrastructuur voor nodig en er zijn al centrale banken geweest die hebben geflirt met het idee door inflatie naar 0% te brengen. Je kan negatieve rente ook zien als een belasting op het hebben van vermogen. De eerder genoemde Thomas Piketty stelt ook precies dat voor: “We hebben geen bezwaar tegen ongelijkheid als gevolg van werk en verdienste. Maar als je een groep van oligarchen hebt die maar kapitaal blijft opstapelen, botst dat met diepe overtuigingen op het gebied van sociale rechtvaardigheid. Het gevaar bestaat dat steeds meer rijkdom naar een kleine groep gaat, terwijl de middenklasse gaat krimpen.”







De Volkskrant, zaterdag 19 april 2014: ‘Slapend rijker’ door Peter Giesen

Ik vind het een leuk idee, een belasting op vermogen, maar als het onderliggende rentemechanisme niet verandert blijft geld een schaarste- en ongelijkheidscreërend ruilmiddel. Daarbij werkt Piketty’s voorstel volgens mij opnieuw polariserend: het raakt alleen en straft zelfs de mensen die geld hebben.

Ik zal eerlijk zijn: ik heb Piketty’s boek niet gelezen en heb daar ook geen zin in. En ik wil Piketty niet afschrijven. Correspondent-auteur Bregman stelt in zijn interview met Piketty scherpe vragen en diens antwoorden zetten vooral aan tot nadenken. Je leest het hier. Ik vond het zeer de moeite waard.

Negatieve rente raakt ons allemaal - en niet op een communistische manier. Ondernemen loont nog steeds. Investeren kan alleen niet langer leiden tot geldvermeerdering. De enige manier om rijkdom te behouden is, in de woorden van Eisenstein, door “wijze beslissingen te maken over de flow van menselijke creativiteit.” 

En daarmee gaan we terug naar een maatschappij die vrijgevigheid stimuleert in plaats van dwarsboomt:

 
“Free-money reintroduces the economic mind-set of a hunter-gatherer. In today’s system, it is much better to have a thousand dollars than it is for ten people to owe you a hundred dollars. In a negative-interest system, unless you need to spend the money right now, the opposite is true. Since money decays with time, if I have money I’m not using, I am happy to lend it to you, just as if I had more bread than I could eat. If I need some in the future, I can call in my obligations or create new ones with anyone within my network who has more money than he or she immediately needs. Similarly, when a primitive hunter killed a large animal, he or she would give away most of the meat according to kinship status, personal affection, and need. As with decaying money, it was much better to have lots of people “owe you one” than it was to have a big pile of rotting meat, or even of dried jerky that had to be transported or secured. Why would you even want to, when your community is as generous to you as you are to it? Security came from sharing. The good luck of your neighbor was your own good luck as well. If you came across an unexpected large source of wealth, you threw a huge party. As a member of the Pirahã tribe explained it when questioned about food storage, “I store meat in the belly of my brother.”

Positieve rente is een vorm van slavernij die zowel de rentenier als de schuldenaar vernedert. Willen wij écht onze schuldeisende hand blijven uitsteken naar mensen aan wie we geld hebben uitgeleend? Willen wij écht dreigen met “Als jij me niet terug betaalt, zal jouw schuld blijven groeien en groeien.”? Als iemand ons niet terugbetaalt, is het dan niet fijner om op een gegeven moment te zeggen “Laten we het vergeten, ik heb geen zin om dit blijvend tussen ons in te laten staan.”?

 

Negatieve rente versterkt onze liefdevolle aanleg om het verleden los te laten en verder te gaan. En als we dan toch bezig zijn, laten we de ondernemende geest dan ook meteen belonen door onze belasting op menselijke creativiteit, oftewel ‘arbeid’, te schrappen.

Als je meer wilt weten over dit - ook voor mij - complexe onderwerp: bekijk Eisenstein’s hoofdstuk “Negative interest economies” uit Sacred Economics, hier online te lezen.

Het andere gratis geld: iedereen een basisinkomen
Als de noodzaak tot geld verdienen wegvalt gaan we op de bank zitten niksen. De hele economie stort in elkaar. Dus een basisinkomen voor iedereen is absurd. Vanuit het idee dat we mensen moeten stimuleren en zelfs dwingen om iets met hun leven te doen en productieve burgers te zijn is het ook absurd. Maar zelfs in de mainstream krijgt het onderwerp voeten aan de grond. Veelbelovende onderzoeksresultaten worden nieuwsgierig opgenomen en besproken en experimenten halen een basisinkomen langzaam uit de marge.

 

In de stroom van Tegenlicht-afleveringen, artikelen, boeken en filmpjes is al zoveel gezegd. Ik beperk me tot wat ik zie gebeuren wanneer iedereen een basisinkomen krijgt.

  • We stoppen met werk dat we niet leuk vinden om een leven te betalen waarin we doen wat we niet leuk vinden. We gaan sneller doen waar we écht blij van worden. Dat is heel fijn voor ons en net zo fijn voor onze omgeving.
  • Rotwerk wordt niet meer voor een habbekrats gesleten aan goedkope arbeidskrachten. We gaan óf beter betalen voor dat werk, óf het werk veranderen in een vervullende bezigheid, óf we laten dat werk verdwijnen omdat we de nutteloosheid en onrechtvaardigheid er van inzien.
  • We hoeven top-inkomens niet meer te bestrijden of te besmeuren: mensen gaan gewoon niet meer werken voor bazen die vanuit hun bovenkamer ettelijke maandsalarissen opstrijken. Gelijkheid, rechtvaardigheid en samen plezier hebben op werk wordt de nieuwe status quo.
  • We bieden elkaar geen producten en diensten meer aan waar we eigenlijk niet op zitten te wachten. Cashen, banen creëren om mensen aan werk te helpen, dozen schuiven om onszelf bezig te houden, dit alles verdwijnt omdat het niet meer opweegt tegen de vrijheid om onze creatieve talenten en verlangens te ontplooien, om wezenlijke waarde te creëren.

En de mensen die nog steeds niks willen doen? Fernand Crijns omschrijft het prachtig in een artikel in Vruchtbare Aarde: die kun je “veel beter plezier wensen met niksen dan ze - zoals nu - met man en macht (en hoge kosten) te dwingen wekelijks te solliciteren en rotbanen te accepteren. Dat is erger dan trekken aan een dood paard, want behalve dat het slechts beperkt resultaat oplevert, krijgen deze mensen alleen maar een grotere afkeer van werk, ontwikkeling en de samenleving.”

Wat de precieze gevolgen zullen zijn weet ik natuurlijk niet. Dat zullen we moeten ontdekken. Maar op de vraag hoe we een basisinkomen voor iedereen gaan betalen heeft Crijns een mooi antwoord: “Een basisinkomen van €1500 per maand zou in Nederland €300 miljard per jaar kosten. Dat is natuurlijk héél veel geld; maar relatief gezien slechts 40% van het BBP (Bruto Binnenlands Product). De overheid geeft nu al 50% van datzelfde BBP uit aan zorg en sociale zekerheid, en het grootste deel van die uitgaven komen te vervallen bij een basisinkomen.”

Als je meer wilt weten: Rutger Bregman schrijft en spreekt veel over het basisinkomen; Sjir zet zich er met hart en ziel voor in; op Tegenlicht zijn er verschillende afleveringen over het basisinkomen; verschillende gemeenten en universiteiten zijn al bezig met experimenten; er zijn meerdere initiatieven van mensen die niet op de politiek wachten en het zelf gaan doen. Over dat laatste vind je meer in het volgende hoofdstuk.

De combinatie van factoren
Negatieve rente en de internalisatie van kosten versterken elkaar en maken van geld een positieve kracht. Kosten internaliseren brengt eigenbelang samen met het publieke belang; negatieve rente maakt lange-termijn denken aantrekkelijker dan korte-termijn denken. Beiden zijn verbeteringen op het huidige systeem maar op zichzelf garanderen ze geen duurzame wereld. Samen doen ze dat wel, door economische beslissingen met het welzijn van mens en planeet te verenigen. Een basisinkomen zorgt er verder voor dat de onmiddellijke druk tot overleven wegvalt en wij makkelijker vanuit rust en vertrouwen onze beslissingen kunnen maken.

Kunnen we überhaupt nog de andere kant op?
Volgens Eisenstein verbergen economische statistieken de waarschijnlijkheid dat de Westerse economieën al ruim 20 jaar niet meer groeien. Onze “groei” zat voornamelijk in de huizenmarkt-bubbel, defensie-uitgaven, gevangenissen, gezondheidszorg, etc. De komst en groei van Internet heeft vooral geleid tot een verschuiving van advertentie-kosten, niet tot een nieuwe economische motor.

Onze groei wordt momenteel kunstmatig in stand gehouden. We verspillen enorm veel (menselijke) energie aan het maken van goederen die niet worden afgenomen en aan het leveren van diensten die helemaal geen waarde toevoegen. Zo staan er wereldwijd staan miljoenen spiksplinternieuwe auto’s weg te rotten omdat ze niet worden afgenomen. General Motors alleen al zag eind april vorig jaar 826.000 onverkochte auto’s op z’n voorraadlijst staan. En we bouwen en bouwen terwijl miljoenen vierkante meters woon- en werkoppervlak leeg staan.

Onze huidige economische crisis is geboren uit een onvermijdelijke vertraging. We kunnen gewoon niet meer hard genoeg groeien om het systeem overeind te houden. Volgens Eisenstein zijn dit soort voorstellen meer dan een tijdelijke fix: ze beloven een lange-termijn fundament voor een stabiele, niet-groeiende economie.

Sorry, wat? Stagnatie?

Vloeken in de kerk is het niet meer. Maar economische stagnatie is nog steeds de schrik van de mainstream. Misère, polarisering, radicalisering, een grotere kloof tussen arm en rijk, enz. Historisch gezien klopt dat beeld misschien ook wel, maar historisch gezien bewijst het succes van de ‘gratis’ Wörgl ook het tegendeel: vrij van rentelasten is geld vrij om te stromen, zonder groei-afhankelijke leningen. 

We hoeven de knop maar een klein beetje de andere kant op te draaien om een zachte, langzame transformatie in te zetten naar een kleinere, stabiele economie die in harmonie beweegt met mensen en de wereld. Als we dat niet doen en doorgaan met groter, beter en sneller, kunnen we alleen nog maar uitkijken naar een plotselinge en totale ineenstorting.

Krimp betekent overigens niet dat we het met minder moeten of hoeven doen. Op dit moment definiëren we goederen en diensten als “dingen die worden gewisseld voor geld”. Bij krimp daalt de statistische economie - de economie die we kennen en waar we mee tellen, terwijl de werkelijke economie - wat mensen voor elkaar maken en doen - groeit.

En ook dit is niet nieuw.

In 2008 sprak Clay Shirky over zijn gesprek met een vrouw uit de televisiewereld. Hij vertelde haar dat de miljoenen artikelen op Wikipedia geheel door vrijwilligers zijn geschreven. Dit is hoe ze reageerde:

 

Shirky's volledige verhaal over "Cognitive Surplus" vind je hier.

 

Op kleinere schaal zie je hetzelfde bij architectuur. In Nederland bijvoorbeeld zijn er steeds meer mensen die samen en zelf bouwen in plaats van individueel en anoniem een stukje woonoppervlak van een projectontwikkelaar kopen. Binnen dat soort projecten ontstaat er meer sociale cohesie. Mensen gaan makkelijker spullen delen en komen elkaar sneller te hulp. Mensen die er voor kiezen om meer in harmonie met de natuur te leven kiezen ook sneller voor natuurlijke en/of tweedehands materialen en een duurzame energie-huishouding.

Economische krimp is al aan de gang en wij worden er niet minder van. Wikipedia - gratis - doet geen afbreuk aan ons leervermogen doordat er bijna geen gebonden encyclopedieën meer zijn. Skype - gratis - maakt het ons niet moeilijker om te communiceren doordat we minder telefoontjes plegen. Zelf bouwen - kleiner, slimmer en goedkoper - leidt niet tot armoedige woningen doordat we minder arbeid inkopen en zuiniger en efficiënter met materialen en energie omgaan.

Dus eigenlijk is de recessie goed nieuws
Sinds het begin van de industriële revolutie kijken we reikhalzend uit naar meer vrijheid. Maar in een groei-economie komt dat beloofde land voor de meesten mensen nooit dichterbij. Zolang geld een schaarste-genererend middel is moeten we blijvend hard werken om überhaupt rond te komen. Met een fractie van de arbeid die we honderd jaar geleden nodig hadden zouden we makkelijk aan onze behoeften kunnen voldoen. Alleen gaan onze vrijgekomen uren gaan continu naar het vermeerderen van productie, het vergroten van de consumptie en het verder afkalven van onze natuurlijke en sociale wereld.

Met een krimpende economie komt het begrip duurzaamheid tot haar recht. Geen groei van geld maar stabilisatie en zelfs afname naar een niveau waarop wij in vrijheid en harmonie met onszelf, met elkaar en met de wereld kunnen leven. Geen groei van producten en diensten die ons niet wezenlijk dienen of vervullen maar groei van tijd en vrijheid. Geen groei van een statistische economie maar groei van plezier en werk gedaan vanuit liefde. Geen veiligheid in verzamelde spullen en opgetrokken muren maar groei van verbinding.

We worden rijk door te geven, niet door te hebben.

Kan je je voorstellen wat er gebeurt wanneer we steeds minder van onze tijd hoeven te besteden aan overleven? Hoeveel energie er dan vrijkomt om ons - uitgerust en wel - te richten op wat we daadwerkelijk willen en kunnen doen? Hoe we onze intrinsieke talenten, ons vermogen tot creatieve expressie, ons verlangen om elkaar te helpen zullen uiten?

Wat ik zo mooi vind aan al deze voorstellen is dat ze geen fundamentele verandering van ons bewustzijn vragen. Wijzigingen in het systeem stimuleren onze eigen transformatie. Ik hou ook van de zachtheid die er van uit gaat: geen strijd of vernietiging, geen wij tegen zij, maar samen de revolutie in.

En daar zit ook meteen een probleem: het zijn systemische veranderingen. Ze vergen politieke eensgezindheid, internationale afspraken en vooral nakoming van die afspraken. Dat maakt ze niet minder waardevol om na te streven. Maar als ik zie hoe moeilijk we het hebben om afspraken te maken voor het maken van een afspraak om om samen te komen zodat we afspraken kunnen maken over CO2-uitstoot, wordt ik bij voorbaat al moe van wachten tot ik een ons weeg.

Gelukkig hoeft dat niet. Ook binnen en naast bestaande structuren kunnen we bestaande structuren veranderen, op onze eigen manier, zonder te vechten tegen de bestaande orde, door te beginnen bij onszelf.


> Verder naar 5. Shift Happens
< Terug naar 3. De Kanteling
<> Naar het overzicht